Ze noemen me Baboe

Alima werkt als kinderoppas (baboe) in het koloniale Nederlands-Indië voor een Nederlandse familie. Via een voice-over horen we haar verhaal: hoe ze met de familie meeging voor een kort verblijf in Nederland. Hoe ze na de terugkeer de oorlog en de Japanse bezetting doormaakte, en vervolgens de onafhankelijkheid van Indonesië.

Verteld vanuit Alima’s perspectief is de film niet alleen een verslag van de ingrijpende gebeurtenissen en veranderde verhoudingen in Indonesië, maar vooral van de persoonlijke ontwikkeling van Alima om een onafhankelijke vrouw te worden.

Sandra Beerends: In de hele film blijf ik trouw aan haar perspectief. Alima heeft geen zicht op het slagveld, maar maakt zich zorgen over Riboet, haar grote liefde. We zien de verbeelding van haar emoties, haar angst om hem te verliezen.

Lesmateriaal van IDFA

Aan de hand van 32 vragen kun je als docent meerdere aspecten van de film nabespreken: filmbeleving, genre, en inhoud.

Het bijzondere aan deze documentaire is dat regisseur Sandra Beerends voor haar documentaire vijfhonderd films met bruikbaar beeldmateriaal uit verscheidene archieven heeft verzameld. Uiteindelijk zijn 179 van deze films verwerkt in Ze noemen me Baboe. Het lesmateriaal maakt de leerlingen bewust van de keuzes die zij heeft gemaakt en hoe zij een fictief verhaal heeft geconstrueerd uit deze bronnen, maar één die wel een enorm realiteitsgehalte heeft. Documentaires tonen weliswaar echte mensen en echte gebeurtenissen, maar zijn door de maker bewust op een bepaalde manier vormgegeven of gestructureerd. Ook geven ze vaak inzicht in de persoonlijke belevingswereld van de maker of hoofdpersoon.